Marcel_bg.jpg

FotoCampertRemco Campert (83) voelt zich op de eerste plaats dichter, liet hij onlangs in Vrij Nederland weten. Hij is beter in poëzie dan in proza, vindt hij. Voor zijn poëzie kreeg hij al in 1976 de P.C. Hooft-prijs. 

Toch is Campert bezig met een nieuwe roman: ‘Hij moet voor mijn dood af zijn.’



Onlangs verscheen Het verband tussen de dingen ben ik zelf, een bundeling van zijn zaterdagse columns in de Volkskrant. Elke week een genot om te lezen. Poëtische taal, ook al is het proza. De ene mooie zin volgt de andere op: een perfecte cadans, onnadrukkelijke humor en melancholie die nooit weemoedig maakt maar juist opmontert.

‘Er gaan dagen voorbij waarin er niets bijzonders gebeurt of het zou moeten zijn dat de dagen voorbijgaan.’

Tussen 1996 en 2006 schreven Campert en Jan Mulder onder de naam CaMu ieder om de dag een column voor de Volkskrant. Mulder deed dat zoals hij ook op tv optreedt. Iets wat hem ergerde, pakte hij zonder dralen aan. Met het gestrekte been erin. Zijn drijfveer was verontwaardiging. Van de mensen die ik ken, vonden de meesten Mulder de betere.



Ik gaf de voorkeur aan Campert. Zijn drijfveer was verbazing, verwondering. Hij besloop zijn onderwerp en schreef zijn stukje schijnbaar achteloos neer, met een jaloersmakend gemak. 
De maandag was een vaste dag van Campert. Dat vond ik de mooiste stukjes: ogenschijnlijk gingen ze over niets. Bijna altijd beschreef Campert wat hij zich de zondag ervoor had voorgenomen, maar waar weer niets van terecht was gekomen. Die zondag werd meestal gevuld met naar buiten staren, de poes aaien of wielrennen kijken op tv. Bijna altijd hetzelfde, maar telkens anders.
Mulder is een columnist, Campert een schrijver.

Vooruit, nog een passage uit een recente column.
‘Vorige week werd het plotseling wintertijd, een gebeurtenis die ik sinds de zomertijd had kunnen zien aankomen, maar die me iedere keer verrast en in lichte staat van verwarring brengt. De radio die het nieuws bracht, hield me voor dat wintertijd eigenlijk de ‘gewone tijd’ was, waaruit dan weer volgt dat we na de afkondiging van de zomertijd een half jaar in ‘ongewone tijd’ leven. Je kunt het ‘geleende tijd’ noemen. Wat gewone tijd is, denk ik te weten, het is de tijd die voorbijgaat zonder dat we er elke minuut van de dag aan denken. Of misschien is de tijd er altijd en gaan wij voorbij, tot we in de tijd verdwijnen.’



Remco Campert. Groot schrijver.