Marcel_bg.jpg

FotoStopwoordOp de middelbare school hadden we een heel aardige leraar biologie. De goede man was een fervent aanhanger van de taalkundige rage die voorschreef dat in elke gesproken zin minstens één keer het woord ‘dus’ moest zitten. Bij hem regende het dus dussen. Ik weet niet meer wat voor cijfers ik voor biologie haalde. Mochten dat aardige cijfers zijn geweest, dan kwam dat niet door goed opletten in de klas. Les na les turfden we het dus-gehalte van deze leraar om te zien of hij zijn vorige record zou breken. Waar de les over ging, wisten we niet.



Stopwoorden zijn van alle tijden. Een stopwoord hoeft niet één woord te zijn, het kan ook een combinatie van woorden zijn. Denk aan ‘of zo’ of ‘eigenlijk gewoon’. Daarmee krijgt de spreker even de tijd om na te denken, zijn woorden kracht bij te zetten of ze schijnbaar te nuanceren. De spreker is zich van zo’n stopwoord vaak niet bewust en is stomverbaasd als hij erop wordt gewezen.



Op dit moment zijn varianten met ‘zeggen’ in de mode: ‘zeg maar’, ‘zal ik maar zeggen’.
‘Het weerbericht heeft het over een hogedrukgebied, zeg maar. Rustig, droog weer, zal ik maar zeggen. Wat zal de weerman volgende week zeg maar gaan zeggen?’ 



Ik heb de aan hysterie grenzende neiging die woorden uit de weg te gaan. Flauwekul natuurlijk. En jammer. ‘Dus’ is een prachtig woord, dat simpel maar krachtig het verband in een zin aangeeft.
Laatst hoorde ik mezelf ‘zeg maar’ zeggen. Ik voelde me betrapt, stopte even, monsterde het gezicht van degene die ik toesprak en ging toen snel verder met mijn betoog om ‘zeg maar’ meteen uit de herinnering te bannen. Onzin, ik weet het, maar iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking, zal ik maar zeggen.



Fascinerend blijft: wie kiest zo’n stopwoord, hoe komt het dat iedereen dat gebruikt? Meestal raken woorden of uitdrukkingen in zwang door politici, andere bekende mensen en de media. Maar wie geeft dat laatste zetje en waarom is het juist dat woord?



‘Zal ik maar zeggen’ zal als stopwoord ooit verdwijnen. Een ander woord zal die plaats innemen. Bij een volgend stopwoord hoort u weer van mij.