Marcel_bg.jpg

FotoCommuniceren2In zijn prachtige tv-reeks Kijken in de Ziel had Coen Verbraak onlangs twee afleveringen met oud-premiers, van wie er vier nog leven. Ruud Lubbers kon om gezondheidsredenen niet meedoen, bleven over Dries van Agt (CDA – 86 jaar), Wim Kok (PvdA – 79) en Jan Peter Balkenende (CDA – 61). Hoe ouder hoe leuker, bleek. Van Agt en Kok hebben de leeftijd bereikt openhartig te kunnen zijn, hun carrière zit erop. Van Agt: ‘Ik tel toch niet meer mee, als je 86 bent lig je eruit, man.’ Balkenende zit nog midden in het gewoel en hield zich in, als hem dat al niet is aangeboren. Verbraak vroeg of ze ergens met spijt op terugkeken. Nee, zei Balkenende, toen was toen en de geschiedenis kun je niet overdoen. Kok was mededeelzamer en zei de maatschappelijke onvrede over tempo en omvang van de immigratie in Nederland niet voldoende te hebben beseft. Van Agt ging nog verder en noemde zichzelf ‘een oen en een kaffer’ dat hij zich zo laat om de Palestijnse zaak had bekommerd. Hij gaf verder CDA-leider en ‘topnationalist’ Buma een draai om de oren en vertelde de laatste keer GroenLinks te hebben gestemd. Van Agt leek er deksels veel plezier in te hebben, hij had zijn oud-Heilig Landstichtings opgepoetst, keek schalks in de camera en vergastte ons op mieterse en snaakse inzichten. Verbraak sprak hij aan met ‘dierbare’, ‘makker’ of ‘vriend’, zijn vrouw Eugenie was ‘mijn meisje’.

Het taalgebruik van Van Agt blijft mij intrigeren, als hij op tv is, ga ik ervoor op het puntje van mijn taalkundige stoel zitten. Zijn archaïsch-ironische toets is weleens vergeleken met die van de grote schrijver Gerard Reve. Toch was het een – tamelijk onbeduidend – woord van Balkenende dat mij bijbleef. Hij zei dat in zijn eerste kabinet flink was gediscussieerd over de inval in Irak in 2003, ‘en dat is toen ook gewisseld in de Tweede Kamer’. Een aardig taalkundig tijdbeeld, dat ‘wisselen’, blijkbaar gebruikt Balkenende het woord nog steeds. Er werd toen heel wat af gewisseld in Nederland, in de politiek, op tv, in vergaderingen, waar al niet. Nu hoor je het niet meer, alleen nog als de kinderen hun melktanden kwijtraken, bij de stoelendans of op het voetbalveld. Maar elke tijd zijn eigen lelijkheid, want we zijn nu opgescheept met het weeë woord ‘delen’. ‘Delen is vermenigvuldigen’, u kent het wel. Maar hoed u voor uw baas als hij vraagt of hij iets met u mag delen, want dan bent u niet te benijden.

Waar we in die categorie nu al tijden mee zijn opgezadeld is ‘communiceren’, als in het gruwelijke ‘communiceren naar de klant toe’. Dat is natuurlijk in de commercie begonnen, ‘communiceren’ klinkt duurder dan praten, spreken of overleggen, je kunt er meer geld voor vragen. Diezelfde aanstellerij zie je bij ‘creëren’ en ‘realiseren’. Zelfs in het voetbal is creëren schering en inslag, vooral van kansen, maar soms ook van niets: ‘Vandaag verdiend verloren, we hebben niks gecreëerd.’ Realiseren gebeurt veel in de bouwwereld. Je kunt geen folder, brochure of website van een woningcorporatie, projectontwikkelaar of aannemer bekijken, of ze zijn ‘voor u’ bezig woningen, flats of appartementen te realiseren. Dat klinkt chiquer en duurder dan bouwen. Het wachten is op de eerste handige vader (of moeder, excuus) met commercieel inzicht, die triomfantelijk uitroept dat hij in het weekend voor ‘de kids’ een boomhut heeft gerealiseerd.

Die woorden komen er bij mij niet in. Ik ben dol op oer-Nederlandse woorden als doen, praten, maken, gebeuren en bouwen. Je weet wat je aan ze hebt, met die woorden gebeurt er wat. Tegen de juiste prijs.
Ik weet zeker dat oud-premier en taalkunstenaar Dries van Agt dat ook vindt.